Toegang & rechten
Geef gebruikers en integraties alleen de toegang die ze nodig hebben.
Toegang en rechten
Epistola scheidt toegang per tenant. Rollen geven rechten voor het bekijken en bewerken van content, het publiceren van versies, het genereren van documenten of het beheren van de tenant. De effectieve toegang van een persoon is de combinatie van alle toegewezen rollen.
Kies een rol voor een gebruiker
Gebruik de kleinste set rollen die nodig is voor het werk:
- Content Viewer — Templates, referentiedata en gegenereerde documenten bekijken.
- Content Author — Templates, themes, stencils en referentiedata maken en bewerken.
- Document Generator — Documenten genereren.
- Content Publisher — Template- en stencilversies publiceren en archiveren. Publiceren staat los van tenantbeheer.
- Tenant Administrator — Tenantinstellingen, gebruikers, API-sleutels, catalogi, diagnostiek, back-ups en herstel beheren.
Rollen zijn combineerbaar en bevatten elkaar niet automatisch. Een gebruiker die content moet bewerken én publiceren, heeft bijvoorbeeld zowel auteurs- als publicatierechten nodig.
Maak een API-sleutel aan
API-sleutels authenticeren externe systemen die de REST-API aanroepen. Maak een sleutel aan vanaf de pagina API-sleutels van de tenant:
- Kies Nieuwe API-sleutel en geef de sleutel een herkenbare naam, zoals
Valtimo testofProductiegeneratie. - Selecteer exact de tenantrollen die de integratie nodig heeft. Een integratie die alleen genereert heeft normaal Document Generator nodig, geen auteurs- of beheerdersrechten.
- Stel een vervaldatum in als de sleutel tijdelijk is of regelmatig moet worden geroteerd.
- Maak de sleutel aan en kopieer het geheim direct.
Het geheim wordt slechts één keer getoond en kan na het aanmaken niet worden teruggehaald of bewerkt. Bewaar het in de secret manager van het gekoppelde systeem, nooit in broncode of client-side code. API-sleutels zijn tenantgebonden en geven geen toegang tot andere tenants.
Sleutels beheren en roteren
De API-sleutellijst toont naam, zichtbare prefix, toegewezen scope, aanmaker, aanmaakdatum, laatste gebruik en vervaldatum. Sleutels kunnen na het aanmaken niet worden gewijzigd: maak een vervangende sleutel met de gewenste scope, werk de integratie bij, test deze en verwijder daarna de oude sleutel. Verwijderen werkt direct; elk systeem dat de sleutel gebruikt, kan dan niet meer authenticeren.
Configureer voor Valtimo of een ander gekoppeld systeem de sleutel samen met de Epistola-base-URL, tenant, omgeving en templatemapping zoals beschreven in Gekoppelde systemen.
Controleer toegang regelmatig
Controleer gebruikersrollen en API-sleutels wanneer teams wijzigen, een project live gaat of een integratie wordt uitgefaseerd. Gebruik bij voorkeur aparte sleutels per omgeving en integratie, geef elke sleutel zo weinig mogelijk rechten, stel waar mogelijk een vervaldatum in en verwijder ongebruikte credentials direct.